Nieuws

Ziektewetuitkering per 2013 uitgekleed

Mensen die in 2013 met de Ziektewet (ZW) te maken krijgen, worden gekort op de hoogte en de duur van de uitkering. Heeft u als werkgever veel ex-werknemers in de Ziektewet, dan moet u vanaf 2013 hogere ZW-premies betalen. Het kabinet heeft met deze strengere regels onlangs ingestemd. Het advies ligt nu bij de Raad van State.

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil met de aanpassing van de Ziektewet mensen met een tijdelijk dienstverband, uitzendkrachten en werklozen sneller aan de slag krijgen, omdat zij mogelijk een lagere en kortere Ziektewetuitkering krijgen.

Nu nog heeft een werknemer die terechtkomt in de Ziektewet recht op een uitkering van 70 procent van zijn laatstverdiende loon. In 2013 hangt de hoogte en de duur van deze uitkering af van hoe lang iemand heeft gewerkt.

70 procent van minimumloon

Als een werknemer in de Ziektewet terechtkomt, ontvangt hij straks in eerste instantie gewoon 70 procent van zijn laatstverdiende loon. Op basis van het aantal gewerkte jaren kan dit later worden teruggebracht tot 70 procent van het minimumloon. Dit is gelijk aan de hoogte van de bijstand. Een Ziektewetgerechtigde heeft maximaal 24 maanden recht op deze uitkering.

Werkgevers

Ook u wordt bij de aanpassing van de Ziektewet betrokken. U moet een bijdrage gaan leveren aan het terugdringen van het aantal vangnetters:

  • De ZW-premie is straks afhankelijk van het aantal werknemers dat instroomt in de Ziektewet.
  • Bij kleine organisaties wordt deze premie afhankelijk van het aantal werknemers in de sector dat in de Ziektewet belandt.
  • Uitzendbureaus moeten straks twee weken het loon doorbetalen als uitzendkrachten ziek worden.

Let op

Werknemers met tijdelijke contracten zijn gemiddeld langer ziek dan werknemers met een vast dienstverband. Zij komen relatief vaker in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) terecht dan mensen met een vast dienstverband. Om werkgevers te stimuleren meer aan preventie en zorg te doen, wil het kabinet de premie verhogen als er meer werknemers in de Ziektewet zitten.

Bron: HRpraktijk

Start op korte termijn met onze omscholing tot Telefoniste/receptioniste/administratief medewerker

Binnenkort start in Utrecht een nieuwe groep met ons omscholingstraject tot Telefoniste/Receptioniste/Administratief Medewerker. Deelnemers aan dit omscholingstraject scholen en begeleiden wij tot een functie binnen het brede administratieve & receptionele vakgebied. Functies waaraan gedacht kan worden, zijn onder andere: telefoniste, receptioniste, administratief medewerker, gastvrouw, callcenter medewerker en binnendienstmedewerker.

Ons omscholingstraject start met een theoriedeel dat circa 3 maanden duurt (gemiddeld 2 tot 3 keer per week les) en bestaat uit diverse praktijkgerichte modules. Vervolgens gaat de deelnemer, wederom voor een periode van (minimaal) 3 maanden, praktijkervaring opdoen tijdens een werkervaringsperiode. Gedurende het gehele traject ontvangt hij vanuit ons ook ondersteuning bij zijn sollicitatie activiteiten (sollicitatiebegeleiding) en zetten wij ons netwerk in om mogelijkheden te creëren.

Dit traject is zeer geschikt voor mensen die momenteel:

  • Een outplacementtraject of een re-integratie 2de spoor traject (ziekte) van hun werkgever krijgt aangeboden.
  • Een WAO/WIA, Ziektewet of Wajong uitkering van het UWV ontvangen;
  • Een WWB uitkering van de gemeente ontvangen en een extern re-integratietraject mag volgen.

Indien u momenteel een WW-uitkering ontvangt, is deelname helaas niet mogelijk. Dit omdat het UWV geen re-integratiedienstverlening meer inkoopt voor mensen met een WW-uitkering. 

Naast Utrecht hebben wij ook een leslocatie in Arnhem waar wij dit omscholingstraject verzorgen. Deelname op deze locatie is uiteraard ook mogelijk.

Meer weten/ interesse?

Neem contact met ons op via 026 - 355 72 77 en Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Onze brochure is te raadplegen via: www.intertransfer.nl/intertransfer-re-integratie.html.

Steeds vaker flexibel werk voor werkloze

Wie zijn baan verliest, krijgt daar steeds vaker elders flexibel werk voor terug. De trend naar flexibele arbeid zet daarmee flink door. In 2011 zijn in het derde kwartaal iets minder werknemers werkloos geworden dan een jaar geleden. Daartegenover stond dat minder werklozen werk vonden. Als het lukte, betrof het vaker een flexibele dan een vaste baan.

Van de werknemers met een flexibele arbeidsrelatie in het tweede kwartaal van 2011, was 4,5 procent drie maanden later werkloos. Twee jaar geleden, tijdens de economische crisis, lag dat percentage op 5,4. Ook het aandeel werknemers met een vaste baan dat werkloos werd, was iets lager dan twee jaar geleden. Dit blijkt uit een analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het risico op werkloosheid voor werknemers met een flexibele arbeidsrelatie mag dan zijn afgenomen, ze worden wel nog altijd vaker werkloos dan werknemers met een vaste arbeidsrelatie.

Flexibele arbeidsrelatie

Ruim 24 procent van de 15- tot 65-jarigen die in het tweede kwartaal van 2011 nog werkloos waren, had een kwartaal later werk gevonden voor twaalf uur of meer.  Van deze gewezen werklozen had bijna 55 procent een flexibele arbeidsrelatie. Ruim 37 procent verkreeg een vaste baan. De rest werd zelfstandige.

Het aandeel werklozen dat vast werk vond, loopt al sinds 2009 terug. Het aandeel dat flexibel werk vond, is nu zelfs nog wat hoger dan tijdens de toenmalige economische crisis. De flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft hiermee doorgezet.

Bron: Intermediair

Subsidies voor werkgevers van gedeeltelijk arbeidsgeschikten

Deze regeling voorziet in een aantal instrumenten en voorzieningen bestemd voor werkgevers om het in dienst nemen of houden van een gedeeltelijk arbeidsgeschikte te stimuleren. Aanvragen kunnen worden ingediend door in Nederland gevestigde ondernemingen, non-profitinstellingen en overheidsinstellingen.

Werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst nemen of een arbeidsgehandicapt geworden werknemer in hun bedrijf herplaatsen, kunnen in aanmerking komen voor een aantal subsidies en voorzieningen. Er zijn ook bepaalde voorzieningen die niet door de werkgever, maar door de gedeeltelijk arbeidgeschikte zelf moeten worden aangevraagd, waaronder meeneembare voorzieningen en een aanvulling op het loon.

De beschikbare instrumenten en voorzieningen voor werkgevers zijn:

  • Premiekorting: werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst nemen of houden, komen in aanmerking voor een korting op de WIA/WAO- en WW-premie. Als een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst wordt genomen, geldt de premiekorting voor maximaal 3 jaar. Als een werknemer die arbeidsgehandicapt is geworden, bij de werkgever in dienst blijft in de eigen of een nieuwe functie, geldt de korting voor maximaal 1 jaar. Voor personen met een Wajong-uitkering of met een beperking die al bestond voordat ze 17 jaar werden, geldt een extra premiekorting;

  • Aanpassingen en niet-meeneembare voorzieningen op de werkplek (meerkostensubsidie): als een werkgever kan aantonen dat de kosten voor het in dienst nemen of houden van een gedeeltelijk arbeidsgeschikte hoger zijn dan een bepaald drempelbedrag (zie paragraaf Bijdrage), is een subsidie mogelijk voor meerkosten. Het gaat om de kosten van noodzakelijke aanpassingen van de arbeid, inrichting van de werkplek en productie- en werkmethoden, hulpmiddelen en aanpassing van de inrichting van het bedrijf. Wanneer het gaat om werkvoorzieningen moeten deze niet-meeneembaar zijn. Subsidie voor meeneembare voorzieningen, zoals een speciaal toetsenbord, moet door de werknemer zelf worden aangevraagd;

  • No risk polis: voor werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer in dienst nemen of houden, gelden de eerste 5 jaar beperkte financiële risico's als deze werknemer ziek of arbeidsongeschikt wordt. Als de werknemer in de eerste 5 jaar ziek wordt, dan moet de werkgever weliswaar de eerste 2 jaar het loon doorbetalen, maar krijgt daarvoor van het UWV compensatie via het ziekengeld. Het ziekengeld compenseert overigens niet alle loononderdelen zoals vakantietoeslag, pensioenpremie, kinderopvang en spaarloon. Als de werknemer meer last krijgt van de al bestaande ziekte of beperking, wordt de WIA/WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering al na 4 weken herzien en wordt de werkgever gecompenseerd met ziekengeld. Als de werknemer na 2 jaar ziekte opnieuw een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt toegekend, telt deze niet mee bij de berekening van de gedifferentieerde WIA-premie. De no risk polis geldt in principe voor 5 jaar, maar kan worden verlengd als de werknemer een verhoogde kans op ziekte of arbeidsongeschiktheid heeft (bijvoorbeeld bij progressieve ziektes). De no risk polis voor mensen met een Wajong-uitkering (jonggehandicapten) is sinds 01-05-2005 onbeperkt geldig. Deze permanente no risk polis blijft ook gelden als de jonggehandicapte na verloop van tijd volledig arbeidsgeschikt zou worden bevonden. Ook personen die in het verleden een Wajong-uikering hadden maar op het moment van indiensttreding niet, komen in aanmerking voor de permanente no risk polis;

  • Proefplaatsing: werkgevers kunnen een proefplaatsing van maximaal 3 maanden aanvragen als ze een gedeeltelijk arbeidsgeschikte of werkloze werknemer in dienst willen nemen. De proefplaatsing is mogelijk voor personen met een WIA-, WAO-, WAZ-, Wajong-, ZW- of WW-uitkering. De werkgever hoeft tijdens de proefperiode geen loon te betalen en de werknemer blijft een uitkering ontvangen;

  • Loondispensatie: wanneer de prestaties van een arbeidsgehandicapte werknemer niet in verhouding staan tot het loon dat een werkgever moet betalen, kan de werkgever bij het UWV toestemming vragen om een lager loon dan het wettelijk minimumloon te betalen. Het UWV bepaalt hoeveel procent de werkgever dan moet betalen. Deze loondispensatie kan 6 maanden tot 5 jaar duren; verlenging is mogelijk. De loondispensatie is alleen mogelijk voor mensen met een (gedeeltelijke) Wajong-uitkering en voor personen onder de 18 jaar met beperkingen;

  • Loonkostensubsidie voor brugbanen: werkgevers kunnen een loonkostensubsidie krijgen als ze voor minimaal 1 jaar een werknemer in dienst nemen die is herbeoordeeld voor de WAO, WAZ of Wajong, met de intentie om de werknemer na 1 jaar voor minimaal nog eens 6 maanden in dienst te houden.
Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet iemand ten minste 2 jaar (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geweest en na afloop voor ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn. De no risk polis en premiekorting gelden echter ook voor mensen die minder dan 35% loonverlies hebben maar niet langer bij hun voormalige werknemer in dienst kunnen blijven en na de UWV-beoordeling binnen 5 jaar bij een andere werkgever in dienst treden.

Voorwaarden
Bij de aanvraag voor premiekorting gelden de volgende voorwaarden:

  • er moet sprake zijn van een van de volgende drie situaties:
1. een arbeidsgehandicapte treedt in dienst bij een werkgever. De premiekorting geldt dan zolang de dienstbetrekking duurt, maar maximaal 3 jaar;
2. een arbeidsgehandicapt geworden werknemer behoudt de eigen functie bij dezelfde werkgever. De premiekorting geldt dan zolang de dienstbetrekking duurt, maar maximaal 1 jaar;
3. een arbeidsgehandicapt geworden werknemer wordt herplaatst in een nieuwe functie bij de eigen werkgever. De premiekorting geldt dan zolang de dienstbetrekking duurt, maar maximaal 1 jaar;
  • wanneer het gaat om het in dienst houden van een arbeidsgehandicapt geworden werknemer moet bij de aanvraag een re-integratieplan worden overlegd.
Bij de aanvraag voor meerkostensubsidie gelden de volgende voorwaarden:
  • met de werknemer moet een dienstbetrekking van ten minste 6 maanden zijn aangegaan, of elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende ten minste 6 maanden;
  • de kosten voor de voorziening moeten hoger zijn dan de vastgestelde drempelbedragen (zie paragraaf Bijdrage);
  • werkvoorzieningen moeten niet-meeneembaar zijn. Ook mag de subsidie mag niet gebruikt worden voor een voorziening die algemeen gebruikelijk is, bijvoorbeeld een op de juiste hoogte afgesteld bureau, of waarvoor vergoeding mogelijk is op grond van een andere wettelijke regeling. Een uitzondering is mogelijk wanneer de voorziening vrijwel uitsluitend noodzakelijk is voor de werksituatie, bijvoorbeeld speciale gehoorapparatuur;
  • het moet gaan om een werknemer die naar het oordeel van het UWV een structurele functionele beperking heeft; dit zijn personen die als gevolg van ziekte of handicap zonder voorziening hun werkzaamheden niet zouden kunnen verichten;
  • het mag niet gaan om een werknemer met een dienstbetrekking of arbeidsovereenkomst op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening.
Voor de proefplaatsing gelden de volgende voorwaarden:
  • de werkgever ondertekent een intentieverklaring om de werknemer na de proefperiode een dienstverband van minimaal 6 maanden aan te bieden voor hetzelfde aantal uren of meer;
  • als de werknemer een WW-uitkering heeft, dan moet hij/zij minimaal 6 maanden werkloos zijn;
  • de werkgever sluit een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering af voor de werknemer;
  • de werknemer heeft niet eerder onbeloond op een proefplaats gewerkt bij dezelfde werkgever (of diens rechtsvoorganger).
Voor de loonkostensubsidie gelden de volgende voorwaarden:
  • de werkgever neemt de werknemer voor minimaal 1 jaar in dienst en ondertekent een intentieverklaring om de werknemer na 1 jaar een dienstverband van minimaal 6 maanden aan te bieden voor hetzelfde aantal uren of meer;
  • de werknemer is herbeoordeeld voor de WAO, WAZ of Wajong;
  • de werknemer is na 28-02-2008 in dienst gekomen;
  • de werknemer is langere tijd op zoek naar werk en heeft de afgelopen 5 jaar geen brugbaan of proefplaats gehad.
Bijdrage

De premiekorting (ook bekend als arbeidsgehandicaptenkorting) bedraagt:
  • 1.021 euro per jaar op de WAO-premie en 1.021 euro per jaar op het werkgeversdeel van de WW-premie, in totaal 2.042 euro. Deze bedragen worden naar rato verminderd wanneer de werknemer parttime werkt;
  • voor werknemers die minder dan 50% van het wettelijk minimum (jeugd) loon verdienen, bedraagt de korting 227 euro op de WAO-premie en 227 euro op het werkgeversdeel van de WW-premie, in totaal 454 euro;
  • voor jonggehandicapten (personen met een beperking die al bestond voordat ze 17 jaar werden en personen die voor hun 30e arbeidsongeschikt zijn geworden en ten minste 6 maanden studeerden in het jaar direct voor ze arbeidsongeschikt werden), is een extra premiekorting mogelijk van 680 euro op zowel de WAO-premie als het werkgeversdeel van de WW-premie, in totaal 1.360 euro.
De meerkostensubsidie (subsidie voorziening) bedraagt 100% van de extra kosten die uitgaan boven de drempelbedragen. Deze drempelbedragen zijn:
a. voor werknemers die al in dienst zijn: 2.000 euro (450 euro als het loon van de werknemer lager is dan 50% van het wettelijk minimumloon);
b. voor werknemers die nog niet in dienst zijn: 6.000 euro (1.350 euro als het loon van de werknemer lager is dan 50% van het wettelijk minimumloon).
NB: deze drempelbedragen zijn afgeleid van de bedragen voor de premiekorting (zie boven). Als een werknemer voortijdig (binnen 3 jaar dan wel 1 jaar) stopt, wordt het drempelbedrag evenredig verlaagd. De drempelbedragen gelden niet in het geval van een werknemer voor wie de werkgever geen premiekorting (meer) kan krijgen, bijvoorbeeld als eerder (tijdens de premiekortingsperiode) aangeschafte voorzieningen vervangen moeten worden.

Als de totale meerkosten hoger zijn dan 22.689 euro wordt bij de vaststelling van de subsidie rekening gehouden met het bedrijfseconomisch voordeel van de voorzieningen voor de werkgever. Er wordt geen subsidie verstrekt als de waarde van een voorziening minder dan 1,85 maal het minimumloon per dag bedraagt ('kruimelvoorzieningen', ongeveer 110 euro). Wel kan een subsidie worden aangevraagd als een werkgever in een kalenderjaar meerdere voorzieningen aanschaft die samen boven dit bedrag uitkomen.

De loonkostensubsidie bedraagt 50% van het wettelijk minimumloon bij een volledig dienstverband. De eerste helft wordt bij de start van het dienstverband betaald en de tweede helft na 12 maanden.

Aanvraag
Aanvragen voor meerkostensubsidie, proefplaatsing, loondispensatie en loonkostensubsidie moeten worden ingediend bij het UWV.
Voor de premiekorting hoeft geen aanvraag te worden ingediend. De werkgever kan de premiekorting zelf toepassen bij de loonaangifte. Zie www.belastingdienst.nl (zoeken op 'premiekorting').

Deze regeling is in werking getreden per 01-01-2002 en heeft een onbepaalde looptijd.

Bron: P&Oactueel